Fiscaliteit

“At the heart of every major political upheaval lies a fiscal revolution.” T. Piketty

Ideologische basis

  1. Wij geloven dat gelijkheid welvaart creëert. De rijkdom en vermogens van de wereld herverdelen, is kansen verdelen en daardoor de economie doen groeien. Herverdeling via belastingen betekent iedereen de kans geven om een privévermogen te bezitten. Terwijl veel mensen weinig bezitten, hebben veel mensen allerlei ideeën om te ondernemen en zichzelf op andere manieren economisch te ontplooien. Hyperconcentratie van kapitaal in de handen van een kleine minderheid werkt daarom economische groei, ondernemerschap en innovatie tegen. Gelijkheid zorgt voor een meer dynamische en rijkere economie voor iedereen.
  2. België heeft één van de betere Gini-coëfficiënten, sociale inkomensgelijkheid, van de wereld. Dit is een verwezenlijking waar we dankzij de sociale welvaartstaat trots op mogen zijn. Alleen betekent dit niet dat we op onze lauweren mogen rusten. Jongsocialisten is geïnteresseerd in de mensen en sociale groepen achter dit cijfer. Mensen hebben er niets aan als we zeggen dat ze blij mogen zijn dat ze niet in een ander land wonen. Bovendien vergelijken mensen hun situatie niet met die in andere landen, maar wel met de situatie in België van 30 jaar geleden, waar er meer groei en minder ongelijkheid was. De gedachte dat de nieuwe generatie het beter gaat hebben dan hun ouders, bestaat niet meer.
  3. Jongsocialisten schrijft zich in in de historische analyse van econoom Thomas Piketty. Door de naoorlogse ontwikkeling van een sociaal fiscaal beleid, werd een periode van toegenomen inkomensgelijkheid en groei en innovatie ingezet. Economische groei in onze samenleving met een hoge scholingsgraad heeft daarom een inclusieve en participatieve visie nodig, dus één van herverdeling. Tussen 1930 en 1980, onder de hoogdagen van het Amerikaanse kapitalisme, was de gemiddelde belastingaanslagvoet voor de hoogste inkomens 81%. Als je toch zo'n hoog inkomen hebt, maak 50 keer of 200 keer meer dan de gemiddelde werknemer verdienen niet uit. Neoliberale dogma’s hebben dit erg progressieve belastingsysteem ongedaan gemaakt. De geschiedenis toont nochtans dat hoe minder progressief een belastingsysteem, hoe meer ongelijkheid toeneemt. Er is geen reden om te denken dat vandaag het omgekeerde niet meer kan en we niet opnieuw naar een rechtvaardige fiscaliteit kunnen.
  4. Jongsocialisten benadrukt het doorprikken van de kapitalistisch- meritocratische mythe dat mensen die hun vermogen beleggen noodzakelijk risico nemen, zoals econome Mariana Mazzucato dat beschrijft. In plaats daarvan draagt vaak de hele samenleving de risico’s via door overheden gesteunde innovatie, terwijl bedrijven enorme winsten voor zichzelf houden door belastingen te ontwijken op mondiale schaal. Ook is er een groeiende financiële en vastgoedeconomie, zogenaamde rent-seeking, waar winsten worden geboekt zonder dat er een bijdrage is aan de reële economie. Winsten uit kapitaal groeien sneller dan de economische groei en daardoor nog meer ongelijkheid. Dit zijn sterke argumenten om de fiscaliteit vandaag radicaal anders aan te pakken.
  5. De indruk leeft dat de hoogste vermogens minder bijdragen dan de arbeiders en middenklasse. Dit is schadelijk voor het vertrouwen in het economische en politieke systeem en vormt een voedingsbodem voor nationalistische en xenofobe reflexen. Daarom is onrechtvaardige fiscaliteit een probleem voor heel het systeem.
  6. Gelijke kansen worden door iedereen verdedigd, totdat er over concrete maatregelen gesproken moet worden. Wij verzetten ons uitdrukkelijk tegen deze liberale window-dressing. Met enkel praatjes over het concept, bewijzen we niemand een dienst. Wij trekken onze staart niet in en willen een ambitieuze hervorming van de fiscaliteit die de economische gelijkheid opnieuw vergroot. Voor ons is rechtvaardige fiscaliteit bovendien een morele kwestie. Het is gezond verstand dat van onze scholen, ziekenhuizen en wegen genieten zonder een cent bij te dragen, niet kan.

Progressieve vermogens- en inkomstenbelastingen

  1. Rechtvaardige fiscaliteit bestaat uit een combinatie van vermogens- en inkomstenbelastingen. Dit progressieve systeem, dat Jongsocialisten maximaal nastreeft, gebruikt verschillende tarieven naar gelang het niveau van het vermogen en inkomen (inclusief winsten). Wij zijn voorstander van het vergroten van de progressiviteit door hogere tarieven voor de hoogste inkomens en lagere tarieven voor de laagste inkomens, met een hoger aantal schalen.
  2. Het evenwicht tussen de bijdragen uit vermogen en inkomsten is vandaag zoek: uit arbeid worden te veel bijdragen gevraagd terwijl vermogen in grote mate de dans ontspringt. Dit is moeilijk te rijmen met een rechtvaardigheidsprincipe.
  3. De breed aangenomen redenering dat enkel een inkomstenbelasting zou volstaan is foutief. Het zou onlogisch zijn een vermogend persoon zonder inkomen niet te laten bijdragen aan de fiscale middelen. Dit is in geen enkel fiscaal systeem vandaag de dag het geval. Bovendien groeit vermogen eenvoudiger dan enig inkomen uit arbeid.
  4. Gelijk vermogen zou gelijk belast moeten worden, onafhankelijk van de bezitsvorm. Op dit moment worden niet alle activa belast en verschillende activa op een andere manier. Zo is er een onderscheid tussen aandelen op naam, niet-beursgenoteerde aandelen en onroerend vermogen. Dit is problematisch.
  5. In de meeste Europese landen, bestaat een belasting op gerealiseerde meerwaarden. Meerwaarden ontstaan bv. bij de verkoop van een aandeel of ander roerend goed. België moet dit voorbeeld volgen.
  6. In afwachting van een volwaardige vermogensbelasting, moet de jaarlijkse effectentaks van 0,15% fors verhoogd worden.
  7. Een belasting op financiële transacties is slechts het kernprobleem ontwijken en een lapmiddel voor het niet slagen van werkelijke vermogensbelastingen. Wij zijn hier dan ook geen voorstander van.
  8. Erfbelasting is één van de meest rechtvaardige belastingen, daar je belast wordt op een vermogen waar je zelf niets voor hebt gedaan. Jongsocialisten wil de ongelijkheid in erven, één van de grootste motors achter ongelijkheid in het algemeen, dichten door het idee van een minimumerfenis voor iedereen op de leeftijd van 25 jaar: een herverdeling van erfenissen tussen de rijksten en armen. Op deze manier krijgen niet alleen de kinderen van de 10% meest vermogenden 60% van alle erfenissen. De kinderen van de armste 50% van de bevolking erven op dit moment een in verhouding verwaarloosbaar bedrag. Deze kapitaalconcentratie werkt een dynamische economie tegen.
  9. Wanneer de overheid tijdens crisis grote staatsschuld opbouwt, is een uitzonderlijke bijdrage van hoge vermogens logisch. Dit moet de economische heropbouwstrategie ondersteunen en is gebaseerd op het rechtvaardigheidsprincipe, dat de grootste schouders op z’n minst evenveel bijdragen als de bescheiden vermogens en liefst meer. Op deze manier wordt de crisis daarna door bezuiniging niet op de minder vermogenden teruggehaald. Jongsocialisten stelt voor dat de overheid hier een vast mechanisme voor installeert. De voorstellen die tijdens covid-19 zijn gemaakt waren slecht miniem in vergelijking met de logische inspanningen die naoorlogs werden geleverd.

Vermogenskadaster, bankgeheim en vooringevulde aangifte

  1. Om eerder genoemde problemen te kunnen oplossen en een rechtvaardige vermogensbelasting te kunnen heffen, is nood aan de invoer van een vermogenskadaster. Het vermogenskadaster bestaat uit drie categorieën: (1) vastgoed (zoals gekend via het kadaster, Europees uitgewisseld en via aangifteplicht indien in het buitenland), (2) financieel vermogen (zoals via bancaire gegevens langs de OESO en G20 uitgewisseld) en (3) een (verwaarloosbare) restcategorie zoals kunstcollecties. Met andere woorden, de belangrijkste gegevens voor een vermogenskadaster zijn vandaag al aanwezig bij onze overheden.
  2. De waarde van het financieel vermogen kennen is mogelijk door de opheffing van het bankgeheim en het gebruik van een vooringevulde aangifte. Op deze manier is de ware omvang van het vermogen kennen niet enkel afhankelijk van verklaringen van de betrokkenen. Bancaire en financiële instellingen rapporteren rechtstreeks aan de belastingsadministratie over al het mogelijke financiële vermogen. Hier horen ook effectenrekeningen, interesten en dividenden bij. De burger kan bij de vooringevulde aangifte nog voorstellen tot aanpassing doen. Binnen de OESO bestaat reeds een systeem van automatische gegevensuitwisseling. Als België hier volledig gebruik van gaat maken en zichzelf de informatie over de financiële portefeuilles van haar burgers niet ontzegt, kunnen we eindelijk tot een rechtvaardig fiscaal systeem komen waar niemand ontsnapt. Loontrekkenden zijn op dit moment de enige groep die niet kan frauderen, wat enkel wantrouwen in het systeem opwekt.
  3. De waarderingsmethode van het kadastraal inkomen, om de waarde van vastgoed in te schatten, is verouderd. België kan een voorbeeld nemen aan o.a. de WOZ-methode van Nederland waar jaarlijks gemeenten systematisch en objectief de marktwaarde van gelijke woningen vergelijken.
  4. We zijn voorstander van maximale transparantie in welke aandeelhouders(constructies) zich achter vennootschappen begeven via een openbaar aandeelhoudersregister. Op deze manier kan de strijd tegen fraude worden opgevoerd en controle door de overheid optimaal plaatsvinden.
  5. We stellen een doorgedreven vereenvoudiging van de belastingaangifte voor door de schrapping van onnodige belastingsaangiftecodes.
  6. Met de opkomst van nieuwe gezinsvormen, moet de belastingaangifte voor iedereen volledig individueel worden, zodat fiscaal beleid voor iedereen zo gelijk mogelijk is.

Internationale samenwerking en mondiale herverdeling

  1. Ongereguleerde handels- en kapitaalstromen tussen landen die totaal verschillende belastingtarieven hanteren zijn onhoudbaar. Er is nood aan samenwerking op internationaal niveau om de grootste financiële vermogens, zowel personen als bedrijven, rechtvaardig te laten bijdragen. Zij het op niveau van de EU, OESO, G20 of anders. De Europese Unie moet als handelsunie ook een fiscale unie zijn, maar op unanimiteit kan niet gewacht worden. Jongsocialisten roept België op een coalition of the willing te leiden in Europa en de wereld. Efficiëntere en meer overtuigende vormen van versterkte samenwerking zijn mogelijk.
  2. De ‘race to the bottom’ tussen EU-lidstaten die elkaar aftroeven voor de laagste belastingtarieven moet een halt worden toegeroepen. Het creëren van fiscale gunstregimes die tot de opzet van valse vennootschappen en structuren leiden draagt niets bij aan reële economische activiteit of welvaartcreatie. We moeten ons afvragen wat de toegevoegde hier dan wel van is. Dit kan niet ons Europees economisch ontwikkelingsmodel worden.
  3. In plaats van uitsluitend bedrijven te viseren die gunstregimes gebruiken, moeten binnen Europa ook lidstaten geviseerd worden. Het is tenslotte door de gratie van overheden dat gunstregimes blijven bestaan.
  4. Op EU-niveau moet een akkoord bereikt worden over fiscale standaarden. Zoals er een minimum btw-tarief bestaat, kan eenzelfde standaard worden ingevoerd voor een vermogensbelasting. Geen enkele lidstaat kan dan richting de bodem. Omgekeerd kan ook een maximale belastingdruk op arbeid worden afgesproken. Ideaal wordt er een beslissingsmechanisme met (gekwalificeerde) meerderheid opgezet voor alle fiscale kwesties van internationaal belang. Het gaat dan niet over belastingen van personen en ondernemingen die slechts binnen de lidstaat actief zijn, maar over multinationale financiële vermogens.
  5. Op EU-niveau kan naar voorbeeld van de Belgische bijzondere financieringswet over de gewesten, in de Verdragen een verbod op deloyale fiscale concurrentie worden ingeschreven. Daaraan kan een jaarlijks overleg gekoppeld worden om na te gaan of de bijzondere fiscale regimes die de lidstaten voeren, met het begrip loyale fiscale concurrentie in overeenstemming zijn.
  6. De vrijhandel op wereldschaal is doordrongen van het idee van vrijhandel zonder sociale of ecologische compensatie. Uitgaan van een fiscaal deficit en douanerechten heffen die compenseren voor een belasting- of koolstofverschil zijn niet hetzelfde als protectionisme, wanneer hiermee juist het andere land aangespoord wordt hetzelfde te doen en deze heffingen daarna verdwijnen.
  7. Landen die unilateraal reeds vooruitgang willen boeken en corrigerende douanerechten willen heffen, dienen dit met algemene maatregelen te doen die op alle sectoren van toepassing zijn. Bepaalde sectoren of markten viseren leidt tot handelsconflicten.
  8. Nationale belastingaangiften zijn te makkelijk manipuleerbaar voor multinationale bedrijven. Daarom moeten we evolueren naar een systeem van transparante mondiale aangifte. Er moeten multilaterale afspraken gemaakt worden over een fiscale basis voor mondiale herverdeling. Belastingheffing moet plaatsvinden daar waar waardecreatie plaatsvindt en bedrijven moeten verplicht transparant rapporteren over de allocatie van hun wereldwijde winsten.
  9. Economische welvaart van de rijkere landen en multinationals berust op een mondiaal economisch systeem van exploitatie van menselijke en natuurlijke hulpbronnen sinds de voorbije eeuwen. Daarom moeten we erover waken voldoende rekening te houden met het Globale Zuiden bij het opstellen van regels die de mondiale winsten over de landen verdelen en is het logisch dat ook zij een deel van de koek krijgen. Dit kan door de belastinggrondslag van arme landen te vergroten en te werken met een basis per inwoner i.p.v. de lage lonen.