Klik op het website-icoontje om de motivatie van de kandidaat te bekijken!
Ontbreekt jouw motivatie of foto als kandidaat nog? Stuur ze door naar ewan@jongsocialisten.be
Kandidaten AV
Kandidaten internationaal secretaris
Jouw vragen voor de AV-kandidaten
Waarom stelde je je kandidaat ?
Loïc:
Ik wil mijn steentje bijdragen aan een goedwerkend ambitieus JS nationaal. Ik geloof dat ik de juiste unieke kwaliteiten heb om ons nationaal orgaan een sterk beleid te laten voeren. Verder geloof ik dat mijn directe aanpak en communicatiestijl onze Raad van Bestuur scherp zal houden, waarbij duidelijke communicatie zowel intern als extern centraal zal staan. Ik wil het laagdrempelig aanspreekpunt kunnen zijn, dat ik heb gemist de voorbije jaren, voor alle JS leden van Oost-Vlaanderen.
Tiemen:
Ik stel mij opnieuw kandidaat, omdat ik een sterke AV belangrijk vind. Ik wil deze graag versterken, ik geloof dat een sterke AV ervoor zorgt dat de kloof tussen de RvB en de leden verkleint. Dit omdat de AV volgens mij de rol van bindmiddel tussen de RvB en lokale afdeling, kan en moet zijn. Ik wil mij inzetten hiervoor, want door samenwerking, zullen we meer bereiken.
Sacco:
Omdat kinderen en jongeren het recht hebben op een beweging die hun belangen behartigt, die hun stem een luidspreker kan bieden die nagalmt in hun dorp en tot in de Wetstraat. En daarvoor is een sterke jongerenbeweging zoals de Jongsocialisten cruciaal, cruciaal om de democratische beloften van België na te komen. En ik wil er alles aan doen om zelfs het kleinste steentje bij te dragen in die doelstelling. Want niets doen in tijden waar actie nodig is, is een toegift aan onrechtvaardigheid.
Stef:
Als lid van JS VUB heb ik met onze acties voor vluchtelingen gemerkt dat je als (kleine) politieke beweging/organisatie weldegelijk iets kan betekenen. Bij het opstarten van de nieuwe afdeling Rupel merkte ik dat voor sommige afdelingen ‘Brussel’ soms ver weg voelt. Ook heb ik (van thuis uit) veel voeling met de Franstalige kant van ons land en vind ik dat wij als JS daar meer mee zouden kunnen samenwerken (net als met andere linkse organisaties).
Charles:
Om ervoor te zorgen dat JS representatief is, we zijn goed actief in de steden maar kunnen het beter doen in het platteland. Ik kom uit Overijse (Vlaams Brabant), een gemeente waar er geen Vooruit afdeling bestaat. Als lid van de AV wens ik ervoor zorgen dat de stem van werkende klassen van het platteland beter gerepresenteerd zijn en de ervaring te gebruiken van de AV om een afdeling oprichten.
Lucas:
Ik geloof dat we als Jongsocialisten impact kunnen maken op het publieke debat. We zijn een beweging met veel talent, initiatief en know-how, wat we ook weerspiegeld zien in het nieuwe bestuur. Ik stel mij kandidaat om ervoor te zorgen dat al die capaciteiten worden ingezet enerzijds om het debat te beïnvloeden en anderzijds om door middel van vorming en activiteiten onze getalenteerde leden de kans te geven om zich te ontwikkelen. Daarom hebben we een constructieve AV nodig, die meestal zal samenwerken met de RvB, maar als het moet ook kritisch uit de hoek kan komen om de belangen van de leden te beschermen.
Nick Van den Bossche:
Nadat ik reeds enkele jaren op lokaal niveau bij JS Vilvoorde en JS Leuven ervaring opdeed, voelde ik dat dit het geschikte moment was om deze stap te zetten. Graag zou ik mijn diverse ervaringen willen inzetten en delen. Ook doe ik het vanuit een zekere ontevredenheid. Ik ergerde me iets te vaak aan gebrekkige of onduidelijke communicatie tussen nationaal en lokaal. Soms kreeg ik het gevoel dat we meer naast mekaar dan met mekaar werkten en dat kan niet de bedoeling zijn. Dat is één van de voornaamste zaken waarover ik zal proberen te waken.
Welk thema ligt jou het nauwst aan het hart?
Loïc:
Ik heb een enorme passie voor antifascisme. Over heel Vlaanderen groeit het gevaar van extreemrechts, ik geloof dat Jongsocialisten zowel lokaal als nationaal hiermee actief de strijd moeten mee aangaan. Deze strijd gaan we voeren op straat, online, politiek en underground. Ik geloof dat ik hier een sterke meerwaarde zou kunnen zijn voor onze nationale afdeling.
Evelyn:
Ik zal me de komende jaren nog steeds bezig houden met internationale politiek met vooral focus op Europa, dit als VP bij YES. Brussel is hierbij de ideale uitvalsbasis. Graag help ik de nieuwe Internationaal Secretaris en werken we nauw samen rond YES.
Wat vind je van de stijl en koers van Conner Rousseau?
Lucas:
Persoonlijk ben ik het vaak niet eens met de manier waarop Conner Rousseau aan politiek doet. Ten eerste vind ik dat wij als socialisten bij uitstek solidair moeten zijn met zij die door oorlog of armoede hun land ontvlucht zijn. Toch schuiven de immigratiestandpunten van de partij onder leiding van Conner steeds meer naar rechts, aangetrokken door het electorale succes van het VB. Daarvoor betalen juist die verworpenen der aarde die wij als socialisten zouden moeten beschermen de prijs. Verder zien we dat het vooral de linksere socialistische partijen zijn die vooruitgang boeken in de recente geschiedenis, denk maar aan Bernie Sanders, Jeremy Corbyn of Podemos. Toch kiest Conner ervoor om de Third Way, sociaal-liberale koers te blijven varen, terwijl het juist die stroming is die aan belang verliest.
Nick Serneels:
Het eerlijk en warm maar ook rechtvaardig socialisme dat ik vanuit mijn geboortestad Vilvoorde meekreeg en lang miste op de hogere niveaus, vond ik bij zijn aantreden terug in Conner Rousseau. Ik denk dat hij een heel harde werker is achter de schermen en dagelijks een stapje dichter komt bij een verenigde partij die samen naar ‘het beste land ter wereld’ wilt gaan en daar moeten we hem denk ik voor bedanken. Hij slaagt erin om iedereen op één lijn te krijgen en ben overwegend positief over zijn gewaagde keuze om Frank VDB terug te halen. Ik ben helemaal voor oude, welgekende concepten te herdenken in een equivalent voor 2022, dus nadenken over sociale zekerheid etc triggert me wel. Naar mijn gevoel zijn we echter zeker nog niet waar we moeten zijn met de eerste worp die Conner gooide. Hij is echter wel een heel mediageil persoon en probeert (naar mijn mening) iets te veel op de sociale media kar te springen en daar een ‘cool’ imago op te hangen. Er zijn toch al menig posts geweest die ik niet door de beugel vond kunnen. Een voorzitter is voor mij geen functie die gepaard gaat met das en hemd, wel is er een graad van professionaliteit die ik wel meer naar voor zou willen schuiven. Vragen over zelfmoord los je niet op in een Q/A op insta, daar ga je in chat dieper op in en die hou je uit je overzicht. Dit klinkt een ’stom’ voorbeeld, maar is wel een attitude die je meedraagt. Als je toch je licht erop wilt laten schijnen, ga dan over tot een mediapost waarin je aankaart dat het vaak opkwam in de Q/A met de nodige kanalen waar deze personen terecht kunnen.
Dilemma: Vooruit openlijk bekritiseren bij een meningsverschil OF eendrachtig zijn?
Stef:
Er zijn veel meer zaken waarin we overeenkomen dan waarover we van mening verschillen. Naar de buitenwereld toe zou ik vooral onze gezamenlijke standpunten in de verf zetten want in de media worden verschillen nogal snel uitvergroot en voorgesteld als ruzies. Persoonlijk zou ik graag zien dat we met onze organisatie meer van ons laten horen en zelf als eerste eens een (partij)standpunt of opinie in de media brengt.
Charles:
Ik geloof dat de taak die de AV van JS heeft is om ervoor te zorgen dat de stemmen van de leden, van de sociaal democraten en democratisch socialisten vertegenwoordigd worden. Daarom is het voor ons beter om openlijk onze meningsverschillen te tonen (zoals met het invoeren van de avondklok) en tegelijkertijd met de partij te discussiëren. Zo hebben de sociaaldemocraten en de jeugd SD die linkser is dan Olaf Scholz het ook gedaan, open debatten maar tijdens de verkiezingen muurvast strijden om de samen gestelde partijprogramma te verdedigen.
Lucas:
Politieke partijen die deelnemen aan de macht dragen een enorme verantwoordelijkheid voor de manier waarop ze die macht uitoefenen en maken beslissingen over mensenlevens. Kritiek ontvangen maakt deel uit van die verantwoordelijkheid. Dat betekent niet dat elke interne vete daarom op de straatstenen moet worden uitgevochten, maar wel dat we luid en duidelijk moeten opkomen voor onze medemensen als hun rechten geschonden worden, ook als dat betekent dat we daarvoor tegen onze moederpartij moeten ingaan.
Tiemen:
In mijn vorig standpunt zei ik al dat ik samenwerking zeer belangrijk vind. Daarom vind ik dat als er een meningsverschil is, dat JS en Vooruit eerst samenzitten, om zo te bekijken waar een mogelijke oplossing zit. Een partij waar er constant ruzie is, trekt niet aan, en zo zullen we misschien de waarden die we gemeenschappelijk met de moederpartij hebben, niet meer ten volle kunnen uitdragen. Wel vind ik dat als er geen consensus gevonden wordt, wij de luis in de pels moeten zijn, om de partij aan te tonen dat we het anders willen.
Sacco:
Een moederpartij als Vooruit is slechts een ouder als deze de belangen vertolkt die progressieve jongeren in hun vaandel dragen. Jongsocialisten hebben een eigenheid die niet altijd zal stroken met de partijlijn. Wanneer dit gebeurd is de eerste stap een hevig intern dialoog, om de te zoeken naar oplossingen en wederzijds begrip. De tweede stap is zoeken naar compromis om een eendrachtig verhaal naar buiten te brengen. En als de partij voet bij stuk houdt over een onderwerp dat ons zeer nauw ter hart ligt, dan voeren we actie, staan we op een barricade uiten we ons ongenoegen. Want Vooruit mag geen nieuwe versie worden van de Deense sociaal-democraten. Maar in het belang van electorale redenen moet dit slechts een laatste optie zijn, want onze linkse verdeeldheid is een winst voor rechts en extreemrechts.
Nick Van den Bossche:
Waarom geen combinatie van beide? Het is belangrijk dat we gezamenlijke standpunten uitdragen en opkomen voor onze mooie socialistische waarden. Samenwerking is één van mijn stokpaardjes en dat moet hoe dan ook mogelijk blijven met Vooruit. Daarnaast heeft JS wel een eigen identiteit en mogen we ons als jongerenpartij een wat stouter imago aanmeten. Soms eens tegen schenen stampen, tonen dat we het niet eens zijn met bepaalde uitspraken of beslissingen. Zwijgen en toekijken is voor mij nooit een optie. Ook niet wanneer we daarmee regelrecht tegen Vooruit zouden ingaan.
Evelyn:
Een beetje beiden. Afhankelijk van de situatie, dit wikken en wegen. Een jongerenpartij dient volgens mij echter zeer ideologisch te zijn. We hoeven geen compromissen te sluiten en kunnen dus onze standpunten verdedigen. Echter is het niet de bedoeling om continu in de clinch te liggen met de moederpartij, dat helpt niemand vooruit 😉
Loïc:
Zonder onnodige conflicten of confrontaties aan te gaan, geloof ik altijd dat onze eigen onafhankelijke ideologie van de Jongsocialisten prioritair is. Ik geloof dan ook hard dat fundamentele meningsverschillen of kritieken op de moederpartij duidelijk gemaakt moeten worden, dit uiteraard met het nodige respect. Confrontaties met de moederpartij hebben uiteraard een “time and place”, maar ik schrik er zeker niet van af om onze identiteit en integriteit te beschermen.
Nick Serneels:
Ik sta sowieso voor een democratie in parlement en partij. In een parlement moet je kritisch blijven voor beslissingen die je ministers maken. Dus op plenaire vergaderingen of partijbesturen de minister bevragen over onderwerpen waar je je niet in kan vinden, maakt denk ik de beslissing en partij enkel beter. Op welke manier dan ook. Indien dit een fundamenteel geschil zou zijn, dan moeten we daar intern over praten. Want als ik met dat geschil zit, waarom persoon A dan ook niet? We worden enkel sterker als we samen een gemeenschappelijke visie naar voor kunnen schuiven. Ik geloof ook heel sterk dat een partij niet altijd evolueert naar waar je zelf zou willen en dat je dan persoonlijk in de spiegel moet kunnen kijken. Niemand zal altijd overal even enthousiast over zijn binnen zijn partij, maar fundamentele verschillen zou mij toch een andere weg doen kiezen. Gelukkig dat dat momenteel zeker niet het geval is, want ik zou niet weten welke andere weg er zou zijn voor mij op politiek niveau. 😉
Welke staatsstructuur vind je het beste voor België?
Stef:
Als student geschiedenis vind ik dit wel een uitdagende vraag, dit is ook een van de onderwerpen dat vaak terugkomt op café-avonden van JS VUB (en nee Bob, mijn antwoord is niet een dictatuur 😉). De manier waarop België op dit moment georganiseerd is, is niet efficiënt, kijk maar naar de coronacrisis en de kernuitstap. Beter lijkt mij een België waar het zwaartepunt bij het federale niveau ligt. Culturele en taalgebonden zaken liggen nu eenmaal gevoelig en kunnen best door taalgemeenschappen (die samenwerken) georganiseerd worden. Op lokaal vlak vind ik de gemeentefusies een vergissing. Ik zou gemeenten eerder klein houden en op een hoger niveau laten samenwerken, bv. via provincies, of stadsregio’s zoals het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Charles:
Federaal. Als democratische socialist geloof ik dat de macht zo dicht mogelijk bij de burgers moet zijn maar dat er zaken zijn die iedereen moet naleven. Graag zie ik dat er meer federale lijnen gesteld worden zoals gelijke kinderbijslag en het leren van het Nederlands, Frans en Duits in alle scholen van het rijk.
Nick Van den Bossche:
Mijn grootvader zaliger was een Waal en ikzelf werd in Brussel geboren en groeide op in Vlaanderen. Ik voel me echt wel een Belg (naast Europeaan en wereldburger). Het confederale systeem, laat staan een onafhankelijk Vlaanderen, maken me totaal niet warm. Natuurlijk speelt dat sentimentele luik een rol, al kan ik me geen enkel voorbeeld bedenken waaruit blijkt dat dit in de praktijk efficiënt(er) zou werken. Stiekem klinkt een unitair België als muziek in de oren, al moet ik durven toegeven dat het verleden heeft uitgewezen dat ook dat niet duurzaam bleek. Het huidige systeem, met enkele weloverwogen correcties, lijkt me het beste. Leg aan Deborah maar eens uit waarom onze sociale zekerheid grotendeels een federaal gegeven is, terwijl de woonzorgcentra een regionale bevoegdheid is.
Tiemen:
Ik denk persoonlijk dat voor België een federale staat de beste oplossing is, maar dan bedoel ik wel een federale staat waar de nadruk ligt op het federale niveau, en niet op de deelstaten. We hebben in België op dit moment officieel wel een federale staat, maar deze federale staat is zo ver gedefederaliseerd, dat departementen zoals mobiliteit, die naar mijn mening niet bij de deelstaten horen, want een bus is voor elke belg nodig, toch bij de deelstaten zitten. Daarom moeten we terug dingen herfederaliseren, en toch nog genoeg beslissingskracht bij de deelstaten laten.
Sacco:
Als de corona -en klimaatcrisis ons iets heeft getoond is dat het huidige systeem faalt, en dat op de kosten van de burgers die het zou moeten ondersteunen. Ontelbare ministers, actieve sabotage over overheden heen, beleidsonduidelijkheid zijn allemaal symptomen van deze structurele ziekte. Een ziekte waar extreemrechts op parasiteert om meer haat, xenofobie en angst aan te wakkeren. Het is tijd om meer bevoegdheden terug over te hevelen naar het federale niveau, we zijn immers allemaal Belgen, een volk dat, ondanks de taalgrens, heel veel belangen delen. Of dat nu de vorm van federalisme of unitarisme heeft.
Nick Serneels:
Geen expert staatsstructuur, maar ik waag me er toch even aan. Naar mijn mening moet een slanke, federale overheid een voldoende krachtig orgaan zijn om het land in zijn geheel te besturen. De wetgevend macht en het brede kader zou zich dan ook op dit niveau bevinden. Een unitair, gedecentraliseerde staat dus. De uitwerking of toepassing ervan, noem het uitvoerende macht (ook al is dit niet correct in deze context natuurlijk) bevindt zich dan op het Vlaamse niveau. De Vlaamse regering met directe verkiesbaarheid vervalt in mijn ideaal model. We kunnen zeker niet morgen dit model doorvoeren, maar ik geloof wel sterk in een globale visie voor het hele land die uitgepuurd en geconcretiseerd wordt in de deelstaten.
Jouw vragen voor de IS-kandidaten
Wat wordt je eerste activiteit als internationaal secretaris?
Vraag van Maxim Veys. Aan de kandidaten werd gevraagd in het Engels te antwoorden.
Ward:
A lecture on the situation of refugees at the border between Poland and Belarus given by an expert on migration (My first thought was Tineke Strik). Subsequently, an action to write letters to the Polish and/or Belarussian governments demanding an immediate solution for the people living in inhumane circumstances.
Siebe:
The first campaign that I would like to set up in 2022 will most possibly revolve around the French presidential and the Hungarian parliamentary elections, both in April. Since April is not so far off anymore, I would suggest coordinating these campaigns with YES in the first place, and, on the other, we can offer support to our French colleagues of MJS in the last sprint of the socialist candidate Anne Hidalgo (mayor of Paris) by online campaigns, sharing visuals and, maybe, reach out to French residents/ students in Brussels. If the Covid-19 pandemic allows us to, I can work on the idea to delegate some JS members to Paris (in the most cost- effective way, of course). It is also of great importance to raise awareness about the rule-of- law crisis in Hungary among our own JS members, but also beyond our organisation we need to stress the urgency of this phenomenon. In short, Hungary’s parliamentary elections have never been more important for the future of Europe than now (well, at least since 1989).
Mohamed:
My first event would be a pub crawl together with the french speaking Belgian young socialists (mjs). We’ve already done a similar event with their section in Brussels. This proved to be a good ice breaker as we’re still in contact with them and they regularly invite us to their events. This joint event with our compatriots would be the stepping stone to organising a similar meeting for YES in Belgium!
Floris:
My first activity will be to organise a workshop on the European Commissions work programme for 2022 en de priorities of the trio presidency.
https://eur-lex.europa.eu/resource.html?uri=cellar%3A9fb5131e-30e9-11ec-bd8e-01aa75ed71a1.0001.02/DOC_1&format=PDF
https://presidence-francaise.consilium.europa.eu/fr/programme/programme-du-trio/
The Commission's Programme and the priorities of the Council allow us to see which policy areas will be discussed within the European institutions. From this workshop, I aim to draw up a timeline that includes all the policy areas we, as Young Socialists, want to discuss. Because depending on the engagement of our members, we can organise more considerable or more targeted actions. The main reason for this is that there is no point in organising activities that most organisation members do not support.
Tonia:
As a first activity, I would like to organize an information moment on the situation in the Western Sahara. There is an ongoing conflict between the Sahrawi Arab Democratic Republic and the Kingdom of Morocco. The conflict ignited after Spain’s colonial withdrawal from the region in 1975, leaving Mauritania, Morocco, and the Polisario Front in an entrenched conflict over its sovereignty. The same year, the ICJ (the international court of justice), while recognizing Morocco and Mauritania’s historical ties to the area, filed an advisory opinion which stated those ties, which are central to Morocco’s sovereignty claim, did not amount to ownership over the territory. The conflict is still going on, and even heated up in recent months, worsening already tense relations between the kingdom and its Polisario-backing neighbor Algeria. In December last year, Morocco normalized diplomatic relations with Israel and as a quid pro quo, the US administration of Donald Trump recognized the kingdom's sovereignty over Western Sahara. The Polisario has since launched multiple attacks on Moroccan forces, killing six Moroccan soldiers, according to an informed Moroccan source. To make matters worse, the kingdom's alleged use of Israeli spyware against Algerian officials and a Moroccan official's expression of support for separatists in the mainly Berber Kabylie region east of Algiers prompted Algeria to break off ties completely in August. We are looking for answers, and from whom will we get them? From the people themselves. Currently, it is planned (uncertain because of Corona), that a delegation from the Western Sahara will come to Brussels in January-February. What would be the plan? Invite these people to talk about the situation, a moment where questions can be asked by our members, the issues in their eyes can be exposed, etc.
Wat is volgens jou het belangrijkste internationale conflict? Hoe kunnen we bijdragen aan een oplossing?
Vraag van Yana Giovanis
Ward:
Het belangrijkste internationale conflict is het conflict tussen Israël en Palestina, aangezien het één van de langst aanslepende conflicten is waarbij een gehele bevolking onderdrukt en uitgebuit wordt. Denken dat we met JS een internationaal conflict van deze grootte gaan oplossen is naïef. Hoe we wel concreet kunnen bijdragen is:
· Door te informeren en ervoor te zorgen dat Palestijnse verhalen ook tot bij ons in de media geraken,
· Door brieven te schrijven aan de Israëlische ambassades en regering,
· Door acties ten voordele van NGO’s die Palestijnse vluchtelingen ondersteunen op poten te zetten
· Door middel van deelname aan allerhande protestmarsen en betogingen
Siebe:
Als ik een internationaal conflict moest kiezen dat van primordiaal mondiaal belang is, dan zou ik voor het Apartheidsregime van Israël in Palestina gaan. Zelf heb ik de concrete gevolgen van het Israëlisch anti-Arabisch beleid in de bredere regio ondervonden, zoals de uitdroging van de Jordaan, de Jordaanoevers en de Dode Zee - waar Israël de watertoestroom uit de Golanhoogten afleidt naar bassins op Israëlisch grondgebied waardoor de zeespiegel van de Dode Zee met 5 meter per jaar zakt. Zulke realiteiten hebben een indirecte, maar ook directe impact op onze buitenlandse politiek. Decennialang heeft het westen de urgentie van het conflict in Ghaza en de West Bank genegeerd en blindelings de “liberale” politiek van Israël ondersteund. Het Flanders Trade Investment steunt zelfs grote ondernemingen die in de settler kolonies op Palestijnse grond opereren. Ignorance is bliss? Niet in dit geval. Hoe wij als individuen kunnen bijdragen, is door te stoppen met het kopen van producten die op bezette gebieden zijn gemanufactureerd (indirect boycotten). Hoe we als organisatie met JS kunnen bijdragen, is door contacten te leggen met de Palestijnse diaspora en de bijhorende belangenorganisaties in België, om onszelf te informeren en samen te werken aan hun projecten. Van inhoudelijke lezingen - van academici tot vluchtelingen - tot het tekenen van petities, door statements in te dienen bij onze MEPs, Europees Commissarissen (Urpilainen en Borrell), alsook aan te kloppen bij onze nationale regeringen (Wilmès en Kitir).
Floris:
Het belangrijkste conflict is de onenigheid tussen ontwikkelde en onontwikkelde landen over klimaatambities. Deze onenigheid betekent dat je het probleem niet oplost. Binnen ons land ontstaat dezelfde discussie als we het hebben over energiearmoede.
Een oplossing voor dit probleem kan zijn dat je de lichten uitdoet als je je kamer verlaat of alleen de lichten gebruikt waar je ze nodig hebt, want je hoeft niet je hele woonkamer te verlichten alleen maar om een boek te lezen.
Ten tweede moeten we ervoor zorgen dat Europa zo snel mogelijk energieonafhankelijk wordt. Een groot deel van onze energiekosten komt van buitenlandse spelers, en hoe meer wij onze eigen stroom kunnen opwekken, hoe goedkoper het wordt. Deze wens moeten we met alle middelen aan de politieke leiders duidelijk maken, met als belangrijkste boodschap dat we recht hebben op een betaalbare energierekening uit groene energiebronnen.
Mohamed:
Eigenlijk kunnen we dit niet echt een conflict noemen maar Israël-Palestina blijft voor mij het belangrijkste. De schaal waarop Palestijnen opgesloten en vermoord worden is hallucinant en dit lijkt onvoldoende vermeld in Vlaamse berichtgeving. Ik denk dat wij als JS vooral kunnen bijdragen aan sensibilisering door bv. Sticker-campagnes. Verder zouden we de BDS beweging kunnen steunen. Tenslotte moeten we vooral bij onze moederpartij aandringen dat de steun voor Palestina luider mag en dat dit ook getoond mag worden bij cruciale stemmingen.
Tonia:
Hoe kan je het belangrijkste conflict kiezen vraag ik me af. Elk conflict is gebaseerd op een andere variabele, wat het onmogelijk maakt om deze te vergelijken. Als ik er dan toch een moet kiezen, zou ik het conflict in de Sahel regio gaan, “een vergeten crisis”. De Sahel regio is een smalle strook in Afrika en loopt van het westen naar het oosten. De landen die hierbij gerekend worden zijn Mauritanië, Burkina Faso, Mali, Niger, Tsjaad en Soedan. Het conflict startte in 2011, en is nog steeds een van de belangrijkste, grootste conflicten in de wereld. Echter wordt hier niet al teveel belang aangehecht. Het conflict is een zonder grenzen, de stroom aan vluchtelingen legt een grote druk op de kwetsbare gebieden waar zij opgevangen worden. Het gaat hier over meer dan 3,3 miljoen mensen! Maar de kwetsbare gebieden waar zij naartoe vluchten, hebben ook conflicten en een overmaat aan armoede, wat ervoor zorgt dat de mensen in een vicieuze cirkel geraken, en dus van conflict gebied naar conflict gebied. Dit alles maakt de crisis in de Sahel één van de snelst groeiende crises ter wereld, maar waarom is dit dan een conflict waar weinig tot geen informatie over in de media verschijnt? De problematiek is echter nog veel ingewikkelder dan deze vicieuze cirkel aan conflicten. Deze regio heeft ook te maken met hongersnoden door de woestijnvorming, en de klimaatverwarming. En de burgers betalen de prijs… Aanvallen zonder onderscheid tegen burgers en openbare infrastructuur - waaronder scholen en gezondheidsvoorzieningen - hebben het leven van miljoenen mensen en hun bestaansmiddelen bedreigd. Het conflict heeft het afgelopen jaar meer dan 6.500 levens geëist en dreigt ten minste 7,4 miljoen mensen aan acute ondervoeding te laten lijden. Wat kunnen wij doen? De visibiliteit creëren voor het conflict, het is momenteel ver zoek. Het is echter onduidelijk waarom dit zo is. Met visibiliteit kunnen we mensenlevens redden, via social media, twitter, etc acties opzetten, om te tonen aan iedereen wat er nu juist aan de hand is in deze regio. Dit mag echter niet beperkt blijven tot deze “vergeten crisis”, er zijn er nog vele anderen die niet de aandacht krijgen die ze nodig hebben voor verandering.
Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor de EU de komende jaren en waar moet de S&D/PES hun campagne rond bouwen voor de Europese verkiezingen in 2024?
Vraag van Evelyn Logghe. Aan de kandidaten werd gevraagd in het Frans te antwoorden.
Ward:
On a eu le Brexit l’année dernière, la position de Viktor Orban au sujet de la migration, les zones anti-lgbtq de la Pologne, et de nombreux autres problèmes pour l’Union Européenne. Quand on parle de l’Union, le ton est plutôt negatif. Je trouve que le PES/S&D doit être le contrepoids positif pour cette négativité. L’Union Européenne reste un organisation qui a changé toutes nos vies pour le meilleur, et on doit la défendre. Un campagne concentré sur les points positifs de l’Union réussira, à mon avis.
Siebe
La campagne pour les élections européennes 2024 devrait se concentrer sur trois axes: Premièrement, l'État de droit, deuxièmement les droits LGBTIQ+ et troisièmement, une politique d'asile commune avec une approche équitable des demandeurs d'asile aux frontières extérieures. La crise de l'État de droit en Pologne et en Hongrie détermine l'avenir de l'Europe. Avec une aile progressiste plus forte au Parlement européen, le PSE et le S&D peuvent exercer davantage de pression sur le Conseil et la Commission. Parallèlement à la crise de l'État de droit, les droits des LGBTIQ+ sont menacés. Le S&D a également des oncles ivrognes, comme les sociaux-démocrates roumains, qui n'accueillent pas non plus le mariage gay à bras ouverts. Enfin, le S&D doit faire preuve de plus de fermeté en ce qui concerne Frontex, le plan d'action conjoint avec la Turquie et les violations des droits de l'homme dans les îles grecques, dans la Manche, à Ceuta, Melilla et Lampedusa.
Floris:
Le plus grand défi est de garantir que les deux transitions ( écologique et digitale ) se fassent de manière équitable. Le Fonds social pour le climat doit être suffisamment important pour soutenir chaque citoyen européen dans cette transition afin de ne laisser personne de côté. Les négociations autour de ce fonds sont déjà en cours, et j'espère que le Groupe S&D poussera très fort en ce sens, car cela revient aux principes du socialisme.
Pour créer un fonds plus significatif, j'espère que davantage d'argent sera alloué au fonds à partir des ressources propres de l'Europe. Par exemple, j'espère une plus grande contribution de la taxe sur les plastiques, de l'ETS et du CBAM.
Mohamed:
Le principal défi pour le PSE sera de s'assurer que les ambitions écologiques de la Commission européenne ne se feront pas au détriment du niveau de vie des personnes à faibles revenus. Les manifestations que nous avons vues l'année passée en France, aux Pays-Bas et en Allemagne ont déjà montré clairement que nous devons en faire une priorité en 2024.
Tonia:
Les principaux défis se situent dans trois domaines. 1) la planète, 2) la vie et 3) la technologie. Premièrement, la planète. L’UE devrait développer une économie durable, en garantissant un engagement mondial dans la lutte contre le changement climatique. Comment pourraient-ils agir? Par exemple, en accélérant la transition et en offrant des incitations pour passer à une économie circulaire à faible émission de carbone. Deuxièmement, tout au long de la vie, ils devraient se concentrer sur la qualification des Européens pour un marché du travail en mutation, en soutenant les citoyens tout au long de leur cycle de vie et des transitions professionnelles, et en assurant le vieillissement en bonne santé et le renouvellement démographique. Ils pourraient le faire en établissant des normes et des mesures européennes pour investir dans les travailleurs, ce qui empêchera toute forme d'exploitation, l'UE pourrait également aider à prévenir les défaillances du marché. Et enfin, la technologie, pour protéger la démocratie, développer une sécurité cyber-résistante, et favoriser les technologies éthiques et centrées sur l'humain. Sur ce dernier thème, il est important d'accroître la résilience face à la désinformation et d'établir des normes en matière d'utilisation éthique de l'intelligence artificielle. Dans cette optique, quel sera le thème de la campagne PES/S&D en 2024 ? Mon opinion est l'égalité et la solidarité, l'environnement et la durabilité, et la démocratie et les droits de l'homme. Ce sont les thèmes qui sont considérés comme des défis par l'UE, alors pourquoi ne pas s'inspirer de ces thèmes pour les développer ? C'est ce qu'indique le PSE : "une Europe du bien-être avec des États-providence forts, des filets de sécurité sociale et des services publics de qualité est essentielle pour prévenir la pauvreté et protéger les personnes dans le besoin (jeunes, personnes âgées, travailleurs vulnérables et chômeurs)". Nous avons vu tous les défis que la COP26 a mis en avant, pour cela le PSE devrait jouer ses plans/idées pour le Pacte de développement durable, le fonds de transition, le logement abordable et économe en énergie et le transport public propre (qui est également mis à l'ordre du jour lors du Bigshift organisé par Vooruit). Enfin, la démocratie et les droits de l'homme, la démocratie, que l'UE relie à la technologie. La démocratie renforce la participation des citoyens à tous les niveaux.
Wat verwacht jij van YES en IUSY en hoe wil je hier mee samenwerken?
Vraag van Yana Giovanis.
Ward:
Het eerste belangrijke punt is informatie. Een internationale beweging, of het nu Europees of over heel de wereld is, kan zeer snel zeer gericht naar lokale organisaties informeren wat er gaande is in verschillende landen. Concreet denk ik dat we vooral meer samenwerking op Europees niveau moeten realiseren, met YES dus. De Europaweek die veel andere kandidaten aangehaald hebben lijkt me daar een zeer goed idee, maar ook het contact leggen met andere nationale organisaties om zo samen sterk te staan is een werkpunt.
Siebe:
Van YES, enerzijds, verwacht ik dat er een centraal platform beschikbaar wordt gemaakt waarop internationale secretarissen toegang krijgen tot alle informatie over verkiezingen van de zusterpartijen over heel Europa. Dat vergemakkelijkt de communicatie en zo kunnen we gericht anticiperen op de buitenlandse politiek. Ook verwacht ik dat YES de nieuwe internationaal secretarissen een handje helpt in het organiseren van de YES Summer Camps. Uiteraard hoop ik (en verwacht ik?) een fysiek Congres met alle Jongsocialisten uit Europa. Van IUSY, anderzijds, verwacht ik een gelijkaardige kanalisering van internationale politiek die het voor ons – als “kleine” organisatie – praktischer maakt om up-to-date te blijven. Ook zou ik graag een samenwerking met IUSY aanslaan om het over Israël-Palestina te hebben, alsook om na te denken over de rol van socialisten in een gedekoloniseerde wereld en hoe we als Jongsocialisten niet hervallen in postkoloniale paradigma’s over ontwikkelingssamenwerking in Afrika en daarbuiten.
Mohamed:
Ik verwacht vooral dat zij de ontmoeting met onze zusterpartijen faciliteren. Ik zou samen met YES ook graag eens een ontmoeting van jonge socialisten willen organiseren in België. Verder zou ik YES en IUSY willen aansporen op meer in te zetten op activisme. Hiertoe zouden we samen eens een klimaatbetoging kunnen organiseren.
Floris:
Ik verwacht dat beide overkoepelende organisaties ons zullen helpen om in contact te komen met andere jongere bewegingen in Europa en daarbuiten.
Ik ben van plan beide organisaties uit te nodigen voor onze Engelstalige evenementen en actief evenementen met hen op te zetten om onze netwerken te delen. Een interessante invalshoek voor mij zou zijn om "landen workshops" te organiseren waar we kunnen zien hoe het socialisme in andere landen leeft en waar we ook ons land kunnen presenteren.
Tonia:
Wat verwacht ik nu juist IUSY, international union of socialist youth en YES, young European socialists? Wij betalen ieder jaar lidgeld voor deze koepelorganisaties, wat we ervoor in de plaats krijgen zijn internationale activiteiten, congressen etc. Waar wij met een delegatie naartoe mogen gaan, en waar zij dan een deel van terugbetalen. De afgelopen jaren is dit echter niet zo vlot kunnen verlopen wegens Covid-19, maar wat verwacht ik naar de toekomst toe van hen? Een vlotte samenwerking, een opportuniteit om kennis aan te bieden in alle vormen aan ieder JS lid. Het doel is om begrip en kennis te delen met een oog op ontwikkeling en beleid. Hoe wil ik hier aan meewerken? Open communicatie, helpen met congressen, informatie momenten, etc. die bij ons of bij de buurlanden georganiseerd worden.
Internationale reizen en lid zijn van koepelorganisaties kost geld. Hoe los je dit op en laat je leden zelf bijdragen?
Vraag van Evelyn Logghe.
Ward:
Een ledenbijdrage lijkt me noodzakelijk, zonder zal het zeer moeilijk worden eender welke internationale reis te betalen. Wel is het belangrijk dat we iedereen die wenst mee te gaan mee kunnen nemen. Daarom stel ik voor te werken met twee tarieven, een sociaal (lager) tarief en een ledentarief. Zo kunnen de leden zelf aangeven welke bijdrage zij kunnen leveren, en op die manier sluiten we niemand uit omwille van financiële redenen. De bijdrage moet uiteraard zo democratisch mogelijk gehouden worden.
Siebe:
Socialisme is internationalisme. Elk lid van JS zou de kans moeten krijgen om mee te kunnen op internationale activiteiten, ongeacht iemands financiële status, van een zomerkamp tot een driedaags event in Straatsburg of de Winter University van YES in het Europees Parlement bijvoorbeeld. Dit moet zo kosteneffectief mogelijk gefaciliteerd worden. Dat kan enerzijds door beroep te doen op subsidies van externe jongerenfondsen (European Youth Foundation bijvoorbeeld), of van de overkoepelende partijstructuur. In de mate van het mogelijke dekt Jongsocialisten (en voor een deel de lokale afdeling) een groot deel van de kosten. Aangezien er gedurende de laatste twee jaar minder of geen internationale activiteiten plaatsvonden – althans niet fysiek – is er volgens mij wat budget op overschot. Het zou alleszins de bedoeling moeten zijn dat de leden van JS ruimschoots op voorhand zicht hebben op de totaalprijs, alles inclusief, zonder de extra kosten die eventueel zelf gemaakt worden op de internationale reis, om zodoende een globaal beeld te hebben van onkosten. Voor driedaagse (of minder) events zou ik ook pleiten dat YES, IUSY of PES de kosten volledig dekken, tenminste als het event een educatief doel voor de ogen heeft.
Mohamed:
We vragen leden om een klein bedrag zelf te betalen naar gelang hun vermogen. Zo kunnen oudere werkende leden bijvoorbeeld meer betalen. Leden die zelf niet kunnen bijdragen moeten ook mee kunnen, hiervoor zouden we bij vooruit een projectaanvraag indienen. Als dit afgewezen wordt zouden we desnoods een feest of spaghettislag kunnen organiseren.
Floris:
You can solve this by asking for subsidies and by organising actions yourself. Both will be important, but we also have to be smart about travelling, if it is cheaper to take the train instead of the plane, we should do so. I think the most important thing is to minimise the costs for members so that there are no barriers.
Tonia:
De lidgelden die de voorbije jaren betaald zijn geweest aan IUSY en YES komen grotendeels terug, in de vorm van internationale activiteiten en congresen, waar zij een deel van betalen. Echter met de Corona problematiek zijn de verwachtingen die gepaard gaan met het lidgeld niet ingelost. Wat begrijpbaar is, het is een zeer moeilijke situatie. Met oog op de toekomst, wil ik de investering die JS nu doet in de vorm van lidgeld niet laten vallen. Maar we kunnen wel iets terugdoen voor JS, IUSY en YES geven ons eens kans om bij te leren over problemen wereldwijd, etc. Met deze kennis kunnen we infomomenten, debatten en zelf congressen organiseren over het topic eventueel in samenwerking met andere jongerenbewegingen. Op deze manier verbreden we ons publiek en kunnen we eventueel een vrije bijdrage vragen op zo’n eventen. Op deze manier heeft iedereen belang aan deze werking. Ten tweede, hoe zit het met de prijs van internationale reizen? Een van mijn belangrijkste punten is iedereen een gelijke kans geven over dergelijke reizen. Momenteel is er een spreidingsplan, leden kunnen stuk per stuk terugbetalen, maar er is ook een mogelijkheid voor een sociaal tarief, waarin JS een deel zal bijdragen. Als dit laatste echter niet meer mogelijk is wegens het wegvallen van subsidies, kunnen we hopelijk vertrouwen op de solidariteit van onze leden. Wat houdt dit in? Leden kunnen een vrije gift doen, en deze zal gedeeld worden over de leden die graag zouden willen meegaan maar niet de financiële mogelijkheden hebben. Deze gift kan worden gedaan door andere leden die meegaan en het breder hebben, wat maakt die extra 5 euro dan uit? Het geld dat we eventueel ook ophalen met de congressen, vormings- en informatie momenten, etc. kan hier ook voor gebruikt worden. Hiermee wil ik de kans van onze leden vergroten om zulke reizen mee te maken.














