Jongeren over de vraag: hoe moeten we relschoppers aanpakken?
Oskar Seuntjens, voorzitter Jongsocialisten:
“Iedereen met gezond verstand zou elke vorm van geweld moeten afkeuren, dus ook de rellen die afgelopen weekend in Brussel en Antwerpen hebben plaatsgevonden. Het is enorm frustrerend om te zien hoe een kleine groep mensen de bezittingen van anderen kapotmaakt en geen enkel respect toont voor de samenleving. Bovendien is het vreselijk dat nu een groot deel van de Marokkaanse gemeenschap zich hiervoor verantwoordelijk voelt, ook al hebben ze er in de verste verte niets mee te maken.
“Maar het mag niet alleen bij die verontwaardiging blijven: we moeten eens serieus gaan nadenken over hoe we dit soort incidenten in de toekomst kunnen vermijden. En daar zijn volgens mij twee zaken voor nodig. Allereerst moeten de mensen die keet hebben geschopt, aangepakt worden − daar moeten we niet flauw over doen. Het gebeurt nog te vaak dat die jongeren de dag nadien weer vrij rondlopen; justitie moet dat probleem oplossen.
“Het tweede punt is echter veel fundamenteler. En dat is dat we ervoor moeten zorgen dat we alle jongeren een toekomstperspectief kunnen geven. Zolang de politiek ervoor kiest om de andere kant op te kijken en jongeren aan hun lot overlaat, is het slechts wachten op het volgende incident. Want door ze in de steek te laten, zullen ze ook sneller in uitzichtloze situaties terechtkomen, waardoor de stap richting armoede en bijgevolg het criminele milieu wel heel erg klein wordt. Het is die vicieuze cirkel die we moeten doorbreken.
“En dat vraagt politieke moed. Moed om te investeren in wijken waar jongeren het moeilijk hebben. Zodat ook effectief iedereen gelijke kansen krijgt, zoals goed en degelijk onderwijs zodat ze later een job kunnen uitoefenen die ze graag doen en waarmee ze genoeg verdienen om rond te komen. Op die manier pak je de wortels van het probleem pas écht aan. Niet door hen te stigmatiseren en enkel in te zetten op repressie.”